Verwerking kerdi doek

Schlüter®-KERDI / -KERDI-KEBA

Verwerking:

  • De ondergrond mag geen bestanddelen bevatten die de hechting nadelig beïnvloeden en moet draagvast en vlak zijn. Nivelleer de eventuele oneffenheden vooraleer Schlüter®-KERDI te plaatsen.
  • De lijm waarmee Schlüter®-KERDI wordt gekleefd, moet afgestemd zijn op de ondergrond. De lijm in kwestie dient op de ondergrond te hechten en zich mechanisch te verankeren in het dragende vliesweefsel van Schlüter®- KERDI. Op de meeste ondergronden kan een hydraulisch hardende dunbedmortel worden ingezet. Ga op voorhand na of de verschillende materialen compatibel zijn. Opmerking: Voor toepassingen waarvoor een bouwtechnische toelating vereist is, mag enkel systeem-gekeurde dunbedmortel worden gebruikt. Deze kan worden aangevraagd op het in deze fiche vermelde adres.
  • Breng de dunbedspecie op de ondergrond aan met een lijmkam met een vertanding van 3 x 3 of 4 x 4 mm.
  • Snij de Schlüter®-KERDI-mat op maat. Bed ze vervolgens met het dragende vliesweefsel vol in de op voorhand aangebrachte tegellijm. Druk met behulp van de vlakke zijde van een lijmkam of een pleisterspaan, dat daarbij schuin wordt gehouden, de Schlüter®-KERDImat in de lijm. Vermijd ingesloten lucht. Houd rekening met de open tijd van de lijm.
  • KERDI-mat verbindingen dienen ten minste 5 cm overlappend gekleefd te worden, ofwel de naden tegen elkaar leggen en met een Schlüter®-KERDI-band met behulp van de afdichtingslijm Schlüter®-KERDI-COLL vol in de lijm erover kleven.
  • Voor binnen- en buitenhoeken moeten de voorgevormde KERDI-hoekstukken worden gebruikt. Breng bij hoekaansluitingen de Schlüter®-KERDI-band aan overeenkomstig de voorschriften. Dicht buisdoorvoeringen af met Schlüter®- KERDI-KM (buismanchet). Ook aansluitingen op vaste inbouwelementen kunnen tot stand worden gebracht. Naargelang de situatie kan Schlüter®- KERDI, -KERDI-band of -KERDI-FLEX met Schlüter®-KERDI-FIX op het vaste inbouwelement worden aangebracht om zo een dichte afsluiting te verkrijgen.
  • Ter hoogte van de aansluiting op bodemafvoeren in dunbedsituaties wordt een uit Schlüter®-KERDI gesneden „kraag“ van 50 x 50 cm in de flens van de bodemafvoer geklemd ofwel dicht vastgelijmd. De aangrenzende Schlüter®- KERDI-mat moet tot ca. 10 cm van de bodemafvoer reiken en zonder holle ruimten op de kraag aansluiten. Opmerking i.v.m. bodemafvoeren: Met Schlüter®-KERDI-DRAIN werd een speciaal vloerafwateringssysteem ontwikkeld voor de aansluiting op contactafdichting. Schlüter®-KERDI laat zich hier met behulp van de bijhorende Schlüter®-KERDI-manchetten snel en betrouwbaar verwerken.
  • Ter hoogte van bestaande bewegingsvoegen of scheidingsvoegen in constructies moet Schlüter®-KERDI worden gescheiden. Over de naden wordt dan Schlüter®-KERDI-FLEX gelijmd. Ook bij flexibele randafsluitingen moet gebruik worden gemaakt van Schlüter®-KERDI-FLEX. Schlüter®-KERDI-band leent zich eveneens hiervoor mits het op de naden voldoende los hangt.
  • Zodra de volledige contactafdichting met alle overlappingen, hoeken en aansluitingen dicht verlijmd is, kan men beginnen met het aanbrengen van de bekleding. Er moet geen wachttijd in acht genomen worden.
  • Om tegels te plaatsen, wordt hydraulisch hardende dunbedmortel rechtstreeks aangebracht op Schlüter®-KERDI en worden de tegels daarin over het gehele oppervlak ingebed. Voor bekledingen die met chemicaliën worden belast, moet geschikte reactieharslijm en voegmortel worden gebruikt. Voor toepassingen waarin CE-conform of overeenkomstig het bouwtechnisch testcertificaat moet worden gewerkt, mag enkel voor het systeem goedgekeurde dunbedmortel worden gebruikt. Deze kan worden aangevraagd op het in deze fiche vermelde adres.
  • Lees altijd de product informatie op de verpakking of technische fiche. 

Brochure: De betrouwbare contactafdichting